
Het kruisingsmodel: wanneer wordt nieuw bouwen goedkoper dan renoveren?
In het model kruisen de kosten van nieuw bouwen en renoveren ergens tussen 2039 en 2054. Bij agressieve bouwautomatisering rond 2039, gematigd rond 2043, en zelfs zonder automatisering rond 2054 op het stijgende netkostenpad. De startconditie is bewust dat renovatie vandaag wint; wie een kruising vindt, heeft de aanname over bouwautomatisering zelf ingesteld.
Het instrument dat mijn eigen visie kan onderuithalen
Beeld boven: AI-impressie, geen bouwtekening.
Dit is het bouwwerk in het lab waar ik het meest onzeker over was, en juist daarom het belangrijkste. De kernvisie achter dit hele project is dat we op termijn beter opnieuw kunnen bouwen dan eindeloos renoveren. Maar een visie die je niet kunt weerleggen, is geen visie, het is een geloof. Dus bouwde ik het instrument dat mijn eigen overtuiging kan afschieten: het kruisingsmodel.
Het werkt met een oneerlijke startpositie, expres tegen mezelf in. De testsuite dwingt af dat renoveren vandaag goedkoper is dan nieuw bouwen, want dat is wat het peer-reviewed bewijs zegt. Ik begin dus met de conclusie die mijn visie tegenspreekt. De vraag is niet of ik gelijk krijg, de vraag is: onder welke aannames kruisen die twee kostenlijnen alsnog, en wanneer?
Waar de lijnen kruisen
Denk aan twee lijnen die met de jaren dalen. De ene is de kostprijs om nieuw te bouwen, de andere om te renoveren. Vandaag ligt de renovatielijn lager. De vraag is of, en wanneer, de nieuwbouwlijn eronder duikt.
In het model gebeurt dat, en het jaar hangt aan hoe snel bouwen zichzelf automatiseert:
- Agressieve bouwautomatisering: kruising rond 2039, dertien jaar vanaf nu.
- Gematigd: rond 2043.
- Zonder enige automatisering kruisen ze alsnog, rond 2054, puur omdat het net duurder wordt (het stijgende netkostenpad van de ACM, geverifieerd).
Dat laatste vond ik het meest verrassende. Zelfs als bouwen geen cent efficiënter wordt, tilt de stijgende prijs van netaansluiting nieuwbouw op termijn onder renovatie. De 20-jaarsvisie is dus modelmatig haalbaar, binnen aannames die netjes in de band van de literatuur liggen.
Eén knop draagt bijna het hele verschil
Het model doet nog iets dat ik nergens anders ben tegengekomen: het laat precies zien wélke aanname het jaartal bepaalt. En dat is er vooral één, de asymmetrieknop: hoe snel wordt het bouwen van iets nieuws goedkoper door automatisering en prefab, vergeleken met het verbouwen van iets bestaands?
Dat is geen detail dat je even wegmoffelt. Het is de vertaling van een harde onderzoeksbevinding, dat renovatie zich veel slechter laat automatiseren dan nieuwbouw, in één instelbare parameter. Draai je die knop naar 2039 of naar 2054, dan zie je de hele uitkomst mee bewegen.
En hier zit de eerlijkheid: wie in dit model een kruising vindt, heeft die aanname zélf ingesteld. Ik geef je geen conclusie. Ik geef je de knop, en de plicht om je stand ervan te verdedigen.
Waar dit op leunt
Ik pretendeer niet dat ik dit zeker weet. De leercurve van bouwautomatisering, de kern van die asymmetrieknop, bestaat nergens als hard cijfer. Ik schat hem nu via een omweg: de analogie met mijnbouw en data uit prefab-fabrieken. Dat is een verdedigbare schatting, geen meting. Het is meteen de eerlijkste openstaande vraag van het lab.
Maar let op wat het model wél doet. Het zegt niet: nieuw bouwen wordt goedkoper. Het zegt: als je gelooft dat bouwen sneller automatiseert dan renoveren, dan volgt daar dit jaartal uit, en anders dat. Het verplaatst de discussie van vaag naar precies, van mening naar aanname.
Dat is het hele punt van dit lab. Geloof mijn getal niet. Draai zelf aan de knop, kies je eigen aanname, en kijk waar je uitkomt. Als je een betere schatting voor die leercurve hebt, dan maak je het model beter dan ik het achterliet.