
De winterwand valt van de Alpen
Exact dezelfde wijk, doorgerekend op vijf Europese locaties: Breda, Gent en München delen dezelfde winterwand én hetzelfde zwaarste jaar (2010), maar ten zuiden van de Alpen stort de wand in. In Milaan verdient de wijk tot 80% netto geld; in Palermo kost 90% zelfvoorziening 68 euro per woning per jaar, zonder seizoensopslag.
Eén wijk, vijf plekken
Beeld boven: AI-impressie, geen bouwtekening.
De vraag kwam uit een gesprek over een tweede gemeenschap in een ander land, en hij bleek scherper dan hij klonk: is de winterwand een Nederlandse eigenaardigheid, of een natuurwet? Ik heb hem beantwoord met het schoonste experiment dat ik kon bedenken: exact dezelfde wijk, met hetzelfde gedrag, dezelfde daken en dezelfde warmtepompen, doorgerekend op vijf plekken tussen Breda en Palermo. Alles blijft gelijk behalve het weer. Vijftien echte weerjaren per plek, satellietdata, en per plek de winterput: de energie die opslag in de winter moet overbruggen.
De vijf plekken: Breda, Gent, München, Milaan, Palermo. Twee hypotheses vooraf: de wand wordt geleidelijk lager naarmate je zuidelijker komt, en Milaan wordt een verrassing naar boven, want de wintermist van de Po-vlakte is berucht.
Beide hypotheses sneuvelden
De wand wordt niet geleidelijk lager. Hij valt in één keer van de Alpen.
Breda, Gent en München staan binnen 15% van elkaar, met een mediane winterput van 3,0 tot 3,4 MWh. München is daarbij de leerzaamste: drieënhalve graad zuidelijker dan Breda en 14% meer zonopbrengst, maar door het continentale klimaat een kwart méér winterkou. Zon en kou heffen elkaar op. De winterwand volgt niet de breedtegraad maar de balans tussen winterlicht en wintervraag.
En Milaan? Een kwart van de put van Breda. Mijn mistverhaal was een goed verhaal, en een goed verhaal is nog geen goed getal: het Italiaanse winterlicht wint ruimschoots van de nevel. Palermo maakt het af met een put van 241 kWh, één veertiende van Breda. Over vijftien jaren komt het zwaarste Siciliaanse winterjaar niet boven de 468 kWh uit. Dat is geen seizoensprobleem meer; dat is een lange donkere week.
Wat dat kost, per plek
Daarna liet ik voor elke plek het model opnieuw dimensioneren, robuust over de drie zwaarste weerjaren van die plek zelf, met de lokale beursprijzen. Netto jaarkosten per woning bij 90% zelfvoorziening:
- Breda: € 12.089 per woning per jaar, met een seizoensvat van bijna 12 MWh.
- Gent en München: vergelijkbaar, € 10.798 en € 11.742, met vrijwel identieke vaten. Het noordwesten is één klimaatzone.
- Milaan: € 3.134, een kwart van Breda, met een vat van nog maar 2,8 MWh. En tot 80% zelfvoorziening verdient de Milanese wijk netto geld aan haar systeem.
- Palermo: € 68. Achtenzestig euro per woning per jaar, zonder één kilowattuur seizoensopslag. De curve die in Breda een muur is, is op Sicilië een vlakke lijn.
Nog één detail dat het verhaal afmaakt: de drie noordwestelijke plekken hebben alle drie hetzelfde zwaarste jaar, 2010. De koude winter die mijn robuuste dimensionering brak, was geen Nederlands ongeluk maar een Noordwest-Europese gebeurtenis. Ten zuiden van de Alpen geldt een ander weerregime met een ander zwaarste jaar. Robuustheidsvensters zijn regionaal.
Wat dit betekent
Voor Nederland verandert er niets aan de boodschap, behalve dat zij steviger staat: de winterwand is hier een structuurkenmerk, gedeeld met België en Duitsland, en wie er omheen wil moet dat via de ambitie doen of via seizoensopslag.
Voor het idee van een tweede gemeenschap elders wordt het verhaal juist rijker. In Vlaanderen is het klimaat identiek aan Breda, maar leeft men al vijf jaar zonder saldering: wat Nederland in 2027 wacht, is daar gewoon meetbaar verleden. En in Italië, met de meest gesubsidieerde energiegemeenschapsmarkt van Europa, is de fysica ineens níét de bottleneck. Een wijk in Milaan met een seizoensvat ter grootte van twee flinke buurtbatterijen, of een wijk op Sicilië die voor de prijs van een verzekeringspremie 90% zelfvoorzienend is: daar wordt de vraag niet óf het kan, maar waarom het nog niet gebeurt.
De hele ladder staat nu op de verkenner, onder de hoofdcurve, met een knop per plek. Ga kijken wat jouw favoriete plek doet.
Waar dit op leunt
- De ladder rekent overal met het Nederlandse verbruiksprofiel en Nederlandse nieuwbouw-warmteparameters. Dat is de bedoeling (alles gelijk behalve het weer), maar het betekent: dit is de klimaatvergelijking, niet de landenvergelijking.
- Koeling zit niet in het model. Ten zuiden van de Alpen verdwijnt de winterwand, maar wat ervoor terugkomt, de zomerse koelpiek, reken ik nog niet door. Palermo's echte ontwerpvraag is vermoedelijk de zomer. Dat is de volgende modellaag, en tot die er is, is het Siciliaanse verhaal half.
- De ladder draait op satellietweer (PVGIS). Voor Breda rekent die bron 6 tot 21% gunstiger dan het KNMI-grondstation waarop de rest van het lab draait; alle laddercijfers zijn onderling vergelijkbaar, maar niet met de hoofdcurve van de verkenner. Wie met satellietdata dimensioneert, rekent zich rijker dan het grondstation meet. Ook dat is een bevinding.
- Voor München waren geen bruikbare beursprijzen beschikbaar (de databron gaf storingen); dat kostengetal is indicatiever dan de andere vier.
- Het volledige rapport, met alle vijftien jaartabellen per plek, staat in de lab-repo.