
De winter van 2010: hoe mijn robuuste wijk door de mand viel
Een wijk die robuust is gedimensioneerd op drie weerjaren haalt haar 90%-belofte in 8 van de 15 jaren tussen 2005 en 2023. De koude winter van 2010 is de echte maat: 82,5% in plaats van 90%, en dekking tegen dat jaar vraagt bijna het dubbele seizoensvat.
Robuust was mijn beste woord
Beeld boven: AI-impressie, geen bouwtekening.
In juli dimensioneerde ik de wijk robuust. Dat woord had een precieze betekenis: de installatie moet haar zelfvoorzieningsdoel halen in elk van drie echte weerjaren, 2018 (normaal), 2021 (grijs) en 2022 (recordzon), niet gemiddeld over de drie. Die eis staat als aanname A55 in het openbare register, en de verkenner op deze site draait erop.
Het klopte ook. En toch bleef het knagen, want drie is een klein getal, en de aanname zei dat zelf al: drie weerjaren is een spreidingsindicatie, geen betrouwbaarheidsuitspraak.
Dus bouwde ik de toets die mijn eigen woord moest waarmaken. Vijftien echte weerjaren, 2005 tot 2023, elk jaar dezelfde vraag: haalt de wijk die ik robuust noemde haar belofte ook in een winter die zij nooit heeft gezien?
De ranglijst die ik niet wilde zien
Voor elk jaar rekende ik eerst de tekortput uit: het diepste aaneengesloten gat tussen vraag en zonopwek, de hoeveelheid energie die opslag minimaal moet overbruggen. Dat getal kost seconden rekenwerk en bleek in juli al feilloos te voorspellen welk weerjaar een dimensionering draagt.
De ranglijst was hard. Bovenaan staat 2010, de koude winter, met een put van 6.073 kWh. Daarna 2017 met 4.974. Mijn drie dimensioneringsjaren staan op plaats vijf, zeven en tien van de vijftien. Middenmoot. Ik had gedimensioneerd op gemiddelde winters en het robuust genoemd.
De jaarsom zon voorspelt hier overigens niets: de correlatie tussen jaarinstraling en tekortput is over vijftien jaren min 0,12, feitelijk nul. 2010 en 2017 hebben exact dezelfde jaarinstraling en de twee diepste putten. "Neem een gemiddeld weerjaar" is dus geen veilige vereenvoudiging. Niet ongeveer onveilig. Gewoon onveilig.
Acht van de vijftien
Daarna de echte toets: elke robuust gedimensioneerde installatie met vaste capaciteiten door elk van de vijftien jaren, doorgerekend met perfecte voorspelling, de gulste lezing die er bestaat.
De 90%-wijk, met ruim 8 MWh seizoensopslag, haalt haar doel in 8 van de 15 jaren. In 2010 blijft zij steken op 82,5%. De 80%-wijk zakt in datzelfde jaar naar 73,2%, en de 70%-wijk zonder seizoensopslag naar 65,6%. De mediaan ligt intussen keurig op het doel: als verwachtingswaarde deugt de dimensionering, als garantie niet. Dat onderscheid is precies het verschil tussen een folder en een haalbaarheidsstudie.
Onder de winterwand ligt het anders. De 50%-wijk haalt alle vijftien jaren, ook 2010. Wie bescheiden belooft, kan zijn belofte een decennium lang waarmaken.
Wat de winter van 2010 kost
Toen liet ik het model opnieuw dimensioneren, nu op de drie zwaarste jaren uit de reeks: 2010, 2017 en 2021. Het antwoord: het seizoensvat groeit van 8,6 naar 14,7 MWh, bijna het dubbele. De batterij krimpt juist een beetje, want 2010 is een energieprobleem, geen vermogensprobleem. En opvallend: bij een lage en een hoge opslagprijs komt vrijwel hetzelfde vat uit de som. De fysica dicteert de maat; de prijs bepaalt alleen de pijn.
Op één eerlijke meetlat kost die decennium-dekking 40% extra bij optimistische opslagprijzen en 62% bij realistische, ruwweg 5.300 euro per woning per jaar bovenop de oude som. De robuustheidspremie binnen het oude venster was een paar procent. De sprong van venster naar decennium is een orde groter, omdat het venster de staart van de verdeling miste. De verdeling heeft een staart, en de staart heet 2010.
Dit staat nu allemaal op de verkenner, als decenniumtoets onder de weerjaarstrip. Zet de schuif op 90% en kijk wat 2010 doet. Zet hem op 50% en zie dat de belofte daar wél houdbaar is. Ga het na. Val het aan.
Waar dit op leunt
De zwakste plekken van deze uitkomst, voor wie hem wil aanvallen:
- De toets rekent met perfecte voorspelling van elk weerjaar. Elke gemiste belofte hierboven is dus een ondergrens: een echte regelaar mist er meer.
- Vijftien van de negentien jaren: schrikkeljaren vallen af door een beperking in de profieluitlijning. En de echte extremen zitten er niet eens in; de winters van 1963, 1985 en 1996 waren zwaarder dan alles in deze reeks.
- Elektriciteitsprijzen van vóór 2015 zijn synthetisch (zo gelabeld); alle kostenvergelijkingen staan daarom op één gelijke meetlat en geen enkel los kostengetal uit die jaren doet mee.
- De oude verkenner-claim, robuust over drie weerjaren, was altijd letterlijk waar. Deze toets verandert dat niet. Hij maakt alleen zichtbaar hoe groot "drie" is.
Dit artikel is het vervolg op de winterwand en seizoensopslag breekt de winterwand. De volledige methode en alle vijftien jaartabellen staan in het openbare lab-log en de dataset op de verkennerpagina.